Boomverzorging

LEI nieuws en agenda

Inhoud syndiceren LEI
Bijgewerkt: 12 minuten 59 seconden geleden

Groente als nieuwe snack voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar?

2 Februari, 2012 - 13:13

De gemiddelde groenteconsumptie van jongeren tussen 12 en 18 jaar ligt onder de aanbevolen hoeveelheid. Slechts één derde van de jongeren eet meer dan 1 portie groente per dag. Mits aantrekkelijk gepresenteerd kan groente als snack worden aangeboden via de school, of via de omgeving van de school. Zo blijkt uit de resultaten van een keuze-experiment van Wageningen UR.

Het experiment was onderdeel van een onderzoek onder circa 500 jongeren tussen de 12 en 18 jaar in Nederland. Onderzocht is welke factoren van invloed zijn op de groenteconsumptie van jongeren. Het onderzoek maakt deel uit van het meerjarige project 'Wat gaan we eten? Groente!', dat moet leiden tot meer groenteconsumptie door 12 tot 18-jarigen.

Thuissituatie bepalend
Het onderzoek laat zien dat groente vooral tijdens het avondeten wordt gegeten en slechts af en toe tijdens de lunch, tussendoor of bij het ontbijt. Degenen die vaker naast de warme maaltijd groenten eten, consumeren ook meer groenten in het algemeen. Het creëren van een extra eetmoment voor groenten buiten de warme maaltijd via de school of de omgeving van de school is dan ook een een goede manier om de groenteconsumptie onder jongeren te verhogen.
Ook de thuissituatie is erg belangrijk. Groenteconsumptie is hoger onder jongeren die van huis uit meer betrokken zijn bij hun voeding, bijvoorbeeld doordat ze vaker (meehelpen met) koken, en jongeren die vaker met het hele gezin eten en al van jongs af aan groente eten.

Aantrekkelijke presentatie
Smaak is belangrijk en bepaalt ook de keuze. Gezondheid wordt door jongeren wel belangrijk gevonden maar dit is niet doorslaggevend. De aantrekkelijkheid van het product, veelal op basis van het uiterlijk, is volgens de jongeren weer minder belangrijk, maar is wel een bepalende factor in de uiteindelijke keuze. Dit blijkt uit het keuze-experiment. Om groenteconsumptie te stimuleren onder jongeren moet groente dus gepresenteerd worden op een manier die voor jongeren aantrekkelijk is. 

Categorieën: LEI

Nederland behoort tot de wereldtop in uitgangsmaterialen

31 Januari, 2012 - 10:09

Nederlandse bedrijven in uitgangsmaterialen  - zaden, pootgoed en jonge planten voor de land- en tuinbouw-  behoren qua omzet, handel en innovatie tot de top van de wereld. Dat blijkt uit onderzoek van het LEI. Veel van de grootste producenten in uitgangsmaterialen zijn hier gevestigd en dit verklaart mede de kracht van de agro- en foodsector in Nederland. De bedrijven  besteden 15% van de omzet aan onderzoek en ontwikkeling  en  daarmee scoort de sector uitzonderlijk hoog.

Op de wereldmarkt voor uitgangsmaterialen heeft Nederland een sterke positie. Volgens de onderzoekers is bijna 40% van de wereldhandel in zaden voor tuinbouw en akkerbouw afkomstig uit Nederland. Voor pootaardappelen is dit aandeel bijna 60%. Het aandeel van Nederland in de Europese handel in uitgangsmaterialen voor sierteelt is ruim 40%.

Innovatie
De Nederlandse sector uitgangsmaterialen heeft deze internationaal leidende positie verkregen door constante product- en procesvernieuwing. Nederlandse bedrijven in plantaardige uitgangsmaterialen investeren gemiddeld 15% van hun omzet in Research& Development (R&D). Dat is meer dan in veel andere kennisintensieve sectoren, zoals farmacie.
Hoewel de sector uitgangsmaterialen overal ter wereld actief is, wordt het onderzoek dicht bij huis gedaan. Ruim 60% van de bedrijven zegt het onderzoek in Europa uit te voeren.

Meerwaarde voor de keten
De hoge innovatie-inspanningen werpen hun vruchten af: Nederlandse bedrijven zijn al jaren internationaal koploper in aanvragen van kwekersrecht. Met hun innovatieve producten creëren deze bedrijven een grote meerwaarde voor de rest van de keten en dragen zij bovengemiddeld bij aan de Nederlandse kennisinfrastructuur.

LEI-brochure Uitgangsmaterialen.pdf

Categorieën: LEI

Factsheet Schmallenbergvirus

30 Januari, 2012 - 15:32

Sinds enige tijd wordt de veehouderij in noordwest Europa geconfronteerd met de gevolgen van een nieuwe dierziekte die veroorzaakt wordt door het Schmallenbergvirus. Dit virus heeft niet alleen gevolgen voor de gezondheid van de dieren maar ook voor de bedrijven en de veehouderijsector. Omdat de uitbraak nog niet achter de rug is, is het op dit ogenblik niet mogelijk om de totale economische schade al goed vast te stellen. Maar er zijn een aantal vragen waar we wel al antwoord op kunnen geven. Zie hiervoor het Factsheet Schmallenbergvirus.

Categorieën: LEI

MKB kan bijdragen aan voedselzekerheid in Ghana, Mali en Mozambique

26 Januari, 2012 - 12:48

Nederlandse ondernemers kunnen een bijdrage leveren aan de voedselzekerheid in Ghana, Mali en Mozambique. Volgens respondenten en internationale bedrijven bieden deze landen veel investeringsmogelijkheden en perspectieven om producten te verkopen op de lokale en regionale markt.

Over deze ondernemerskansen publiceerden het LEI en IMARES, beiden onderdeel van Wageningen UR, de brochure Kansen voor het Nederlands Agro-Midden en Klein Bedrijf in Ghana, Mali en Mozambique. Deze is geschreven in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I).

Investeringen
Naast de mogelijkheden van export, noemt de brochure ook kansen voor investeringen. Nederlandse bedrijven zouden bijvoorbeeld kwaliteitsproducten zoals mango’s kunnen opkopen wanneer dit aanbod in andere landen schaars is. Verder laat de brochure zien waar potentiële investeerders uit Nederland behoefte aan hebben, voordat zij daadwerkelijk gaan ondernemen in Ghana, Mali of Mozambique.

Voedszelzekerheid
Aanleiding voor het onderzoek is het streven van de Nederlandse overheid naar wereldwijde voedselzekerheid. De overheid zet in 6 Afrikaanse landen zogenaamde Food Security Programs op en wil met name het MKB stimuleren om aan deze programma’s mee te werken. Over 3 van deze landen - Ghana, Mali en Mozambique – was nog weinig bekend op het gebied van marktkansen.

Categorieën: LEI

Witvis uit de Noordzee is net zo klimaatvriendelijk als kweekvis (persbericht)

26 Januari, 2012 - 12:46

De milieuprestaties van wild gevangen schol en kabeljauw uit de Noordzee zijn vergelijkbaar met die van geïmporteerde kweekvis zoals zalm, tilapia en pangasius. Zo concludeert het LEI in een vandaag verschenen studie. Naar verwachting zullen de milieuprestaties van schol en kabeljauw nog sterk verbeteren door toepassing van technologische innovaties.

De resultaten van de door het LEI uitgevoerde levenscyclusanalyse (LCA) laten zien dat er geen significante verschillen zijn tussen energieverbruik en uitstoot van broeikasgassen (die klimaatverandering veroorzaken) van schol en kabeljauw enerzijds en zalm, tilapia en pangasius anderzijds. De vermesting is bij wild gevangen vis veel lager dan bij de bestudeerde kweekvissoorten.

Vis scoort net zo goed als vlees
Hoewel de vangst van schol en kabeljauw meer energie vraagt dan de productie van vlees, is de bijdrage aan de productie van broeikasgassen vergelijkbaar met die van varkensvlees. Dit komt doordat de productie van vlees gepaard gaat met emissies van andere broeikasgassen dan CO2, zoals methaan. Vis scoort beter dan rundvlees maar kip scoort licht beter dan vis.

Mogelijkheden in de toekomst
Met deze studie krijgt de Nederlandse visserijsector een beeld van zijn milieuprestaties. De score van Noorzeevis kan nog flink verbeteren omdat er bij visserij nog veel brandstof bespaard kan worden. Door innovatieprojecten in de visserij versterkt door te zetten zullen aanzienlijke verbeteringen worden behaald. Bij de nieuwjaarsbijeenkomst van het Productschap Vis, vanmiddag, zal het rapport gepresenteerd worden door LEI-directeur Ruud Huirne.

Categorieën: LEI

Inkomen Nederlandse melkveehouders daalt

24 Januari, 2012 - 11:27
De melkveebedrijven in Nederland scoren qua resultaat niet meer zo goed in de EU als 10 jaar geleden. In 2006-2008 is Nederland in vergelijking met 7 andere landen op de ranglijst gezakt van plaats 2 naar plaats 4 wat betreft het inkomen uit bedrijf.

Dat blijkt uit het artikel Nederlandse melkveehouderij zakt terug in EU-kopgroep van het LEI, onderdeel van Wageningen UR.
Categorieën: LEI

Weidegang maakt voor inkomen geen verschil

24 Januari, 2012 - 11:16

Melkveebedrijven die weidegang toepassen, behalen geen hoger inkomen dan bedrijven die dat niet doen, zo blijkt uit een analyse met gegevens uit het BedrijvenInformatienet van het LEI. Bedrijven die recent zijn gestopt met weidegang halen wel een lager inkomen, vooral doordat ze flink hebben geïnvesteerd in stallen en installaties.

Dat blijkt uit het artikel Geen duidelijk inkomensverschil tussen beweiders en niet-beweiders van het LEI, onderdeel van Wageningen UR.

Categorieën: LEI

Suriname kan meer duurzame vis exporteren na aanpassingen in vissector

4 Januari, 2012 - 14:55

Suriname kan de export van duurzaam geproduceerde vis en garnalen uitbreiden als de vissector sterker wordt. Om dit te bereiken kan Suriname nog een aantal stappen nemen.

Dat concludeert Kees Taal, visexpert van het LEI, onderdeel van Wageningen UR. Meer over de benodigde stappen publiceert hij binnenkort in een rapport van het Centrum ter Bevordering van Importen uit derde landen (CBI), een agentschap van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Conferentie
Het CBI organiseerde onlangs een besloten strategische conferentie in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo over de exportmogelijkheden van vis, toerisme en agrofood. Tijdens deze conferentie onderzocht Kees Taal de exportwaardigheid van duurzaam geproduceerde vis en garnalen in Suriname, zowel vangst als kweek. Hiervoor leidde hij onder andere discussies tussen stakeholders en Surinaamse organisaties.

Ondersteunen
De Surinaamse overheid werkt momenteel aan een white paper over de mogelijkheden en problemen van de eigen vissector. Naar verwachting publiceert het CBI begin volgend jaar haar rapport over de bevindingen. Als het besluit om de exportmogelijkheden te ondersteunen, zal Kees Taal namens het LEI de Surinaamse vissector begeleiden.

Categorieën: LEI

Biologische landbouw is integraal duurzaam

22 December, 2011 - 18:13
De biologische landbouw is een op duurzaamheid gerichte keten met een gecertificeerd product en een sterk groeiende markt. Duurzaamheid is een integraal begrip: verschillende thema’s zoals milieu, klimaat, dierenwelzijn en profijt zijn nauw met elkaar verweven. 
Bij de agrarische bedrijfsvoering kunnen bepaalde maatregelen gunstig zijn voor meerdere doelen. Zo is het verbeteren van de bodem met meer organische stof goed voor de bodemvruchtbaarheid maar ook voor het klimaat (CO2 vastlegging in de bodem). Soms werken maatregelen niet even gunstig voor alle doelen. De vrije uitloop van dieren in de biologische veehouderij is goed voor hun welzijn, maar de dieren komen meer in aanraking met ziekteverwekkers, een risico voor de gezondheid. Daar is wel weer iets aan te doen, maar dat vergt aanpassingen in de gehele bedrijfsvoering.
Het LEI heeft bijgedragen aan een onderzoek van naar de prestaties van de biologische landbouw op zeven verschillende aspecten van duurzaamheid. De resultaten daarvan zijn gepubliceerd in een rapport en ook verwerkt in een brochure.
Categorieën: LEI

Forse inkomensveranderingen in land- en tuinbouw in 2011 (persbericht)

22 December, 2011 - 17:34

Voor een deel van de land- en tuinbouwbedrijven is het inkomen in 2011 duidelijk lager dan in 2010. Meest opvallend is wel de zeer forse inkomensdaling die glasgroentetelers moeten incasseren door met name de EHEC-crisis. Ook leghennenhouders zien het inkomen ongekend terugvallen. Voor melkveehouders was er in 2011 een inkomensverbetering maar voor bijna alle andere groepen agrarische ondernemers daalde het inkomen, bijvoorbeeld voor veel akkerbouwers en bloembollentelers. Voor de agrarische sector als geheel is 2011 financieel- economisch gezien een matig jaar, mede door sterke stijgingen van de kosten van veevoer, energie en kunstmest. De productiekosten zijn gestegen met 7% en de stijging van de prijzen bleef daar met 2% duidelijk bij achter.

Dit blijkt uit de jaarlijkse ramingen van het LEI, vandaag gepubliceerd in het rapport Actuele ontwikkeling van resultaten en inkomens in de land- en tuinbouw in 2011.

Gevarieerd inkomensbeeld in de veehouderij
Melkveehouders zien het inkomen ook dit jaar toenemen, na de sterke terugval twee jaar geleden. De melkprijs is gemiddeld opnieuw een stuk hoger dan vorig jaar. Het inkomen van de melkveehouders komt in 2011 op een goed niveau. Voor vleeskalverenhouders met contractafspraken blijft het inkomen ongeveer hetzelfde als in 2010. Melkgeitenhouders zien, in het jaar na de q-koortsbesmettingen, het inkomen nog niet stijgen. De stijging van de voerkosten overtreft het effect van de hogere melkprijs hier.

Het inkomen van fokvarkensbedrijven daalt sterk, zowel door hogere voerprijzen als door lagere biggenprijzen. De inkomens van vleesvarkensbedrijven stijgen juist door die lagere biggenprijzen en door hogere opbrengstprijzen. Voor de gesloten varkensbedrijven verandert het inkomen relatief weinig.
Leghennenhouders, zowel de producenten van scharrel- als kooi-eieren, zien vooral door lagere eierprijzen en hoge voerprijzen het inkomen gigantisch dalen. Deze pluimveehouders komen in 2011op een aanzienlijk negatief inkomen, nadat in 2009 een topniveau werd gerealiseerd. Vleeskuikenhouders zien het inkomen in 2011echter wel nagenoeg gelijk blijven.

De stijging van de prijzen van veevoer, die begon vanaf de laatste maanden van 2010 als gevolg van de wereldwijde sterk opgelopen graanprijs, heeft in 2011 veel invloed op het inkomen van alle veehouderijbedrijven, vooral van de varkens- en pluimveebedrijven. De top van de voerprijzen is inmiddels bereikt en in de laatste maanden van 2011 zijn de voerprijzen licht gedaald.

Akkerbouw met veel lagere prijzen van consumptieaardappelen en uien
Het gemiddelde inkomen van akkerbouwers daalt sterk, vooral doordat de prijzen van consumptieaardappelen en uien veel lager zijn dan vorig jaar. Dit is het gevolg van een veel hoger aanbod, na een groeiseizoen met extreme wisselingen in de weersomstandigheden. De prijzen van graan, suikerbieten en zetmeelaardappelen echter veranderen nauwelijks. De inkomens van de bedrijven met veel zetmeelaardappelen blijven dan ook vrijwel gelijk. De daling van het inkomen in 2011 voor de meeste akkerbouwers volgt op een goed resultaat in 2010. De rentabiliteit van de akkerbouw (111%) was toen uitzonderlijk hoog.

Tuinbouw: lagere inkomens over de gehele linie
In de glastuinbouw valt vooral de zeer sterke verslechtering van de resultaten van de groentebedrijven op. De EHEC-crisis, midden in het oogstseizoen, heeft in combinatie met meer concurrentie en tegenvallende weersomstandigheden in de zomer, grote negatieve gevolgen gehad voor de afzet en de prijsvorming. De glasgroentebedrijven komen mede door dit incident gemiddeld, evenals in 2009, op een zeer negatief inkomen uit. Na het hoopvolle herstel van de inkomens in de glastuinbouw in 2010 is dit een forse tegenvaller. In de andere glassectoren (bloemen en planten) staan de inkomens in 2011 weliswaar minder onder druk, maar is het bedrijfsresultaat ook matig tot slecht. In de gehele glastuinbouw spelen de gestegen prijzen van energie (gas, elektriciteit) in 2011 een rol bij de inkomensvorming. Door de tegenvallende resultaten in de glastuinbouw moeten veel ondernemers interen op het eigen vermogen en regelingen treffen voor de voortzetting van het bedrijf.

In alle vier sectoren van de opengrondtuinbouwteelten is het inkomen in 2011 lager dan in voorgaand jaar. De telers van vollegrondsgroenten, fruit en bloembollen hebben dit jaar te maken met gemiddeld lagere prijzen voor hun producten. In de boomkwekerij is de geraamde daling van het inkomen beperkt. Ook voor deze sector verliep de afzet niet zonder problemen. Het aanbod was door het goede weer in het voorjaar te hoog om het prijsniveau vast te houden.




Barometer Agrarische Sectoren
Behalve jaarresultaten, presenteert het LEI ook regelmatig op maandbasis via de Barometer van Agrarische Sectoren.

Binternet
Alle achterliggende cijfers zijn per bedrijfstype terug te vinden in de database Binternet (Bedrijven-Informatienet).

Powerpointpresentatie persconferentie

Categorieën: LEI

Zuid-Holland moet ondernemers de weg wijzen naar biobased

15 December, 2011 - 17:30
Nieuwe topsector, nieuw cluster of gewoon een cross-sectoraal netwerk van bedrijven, kennisinstellingen en overheden? De biobased economy is niet zo makkelijk in een hokje te duwen. Dat bleek tijdens het werkdebat van het LEI en de Kennisalliantie  over de biobased economy in Zuid-Holland.

Dat de provincie op een goudmijn zit, daar zijn bestuurders intussen van overtuigd. Het LEI en de Kennisalliantie deden onderzoek naar kansen en concrete acties om de economische potentie van een biobased economy in Zuid-Holland te verzilveren. Hun bevindingen werden eind november tijdens een werkbijeenkomst in Den Haag besproken met een selecte groep beleidsmakers. De bevindingen zijn gepubliceerd in de brochure De Biobased Economy in Zuid-Holland; vijf stappen voor versnelde groei.

Het onderzoek toont een aantal groeistrategieën plus een stappenplan om de keten van kennis naar kassa te verzilveren. De onderzoekspartners vinden dat Zuid-Holland niet te bescheiden moet zijn. Uit het onderzoek blijkt de kracht van de regio. Alleen de keten van kennis naar kassa functioneert nog niet. Er is een Bio Process Facility en een BioLab in ontwikkeling. 'Wat we verder nodig hebben is focus, gezamenlijke doelstellingen en het verbinden van inhoudelijke agenda’s. En dat op drie niveaus. Dus op cluster, programma en projectniveau. Want het een kan niet zonder het ander.'

De onderzoekspartners pleiten voor een routemap en een Biobased Business Accelerator waardoor bedrijven precies weten waar ze moeten zijn als ze willen innoveren met onder meer groene, witte of rode biotech. Zo’n BBA wijst ondernemers de weg naar bijvoorbeeld innovatiepartners, beheert laboratoriumruimte en heeft een loket voor financieringsmogelijkheden.

Bovendien is een BBA bij uitstek geschikt om vraag vanuit de markt te ontwikkelen, want juist die is belangrijk voor het verzilveren van kansen. Uit de discussie blijkt dat de beleidsmakers positief staan tegenover het verder uitwerken van de plannen van een BBA.
Categorieën: LEI

90% van de zeugenbedrijven is voor 2013 klaar met groepshuisvesting

15 December, 2011 - 17:18

zeugenstalDe Europese Commissie heeft aan de lidstaten gevraagd te peilen hoe ver de varkenshouders zijn met de implementatie van groepshuisvesting voor drachtige zeugen. Het LEI, onderdeel van Wageningen UR, heeft dat voor Nederland in kaart gebracht.

Inmiddels huisvest 77% van de bedrijven de zeugen geheel of gedeeltelijk in groepen, zo blijkt uit de LEI-nota Stand van zaken van implementatie van groepshuisvesting voor dragende zeugen in Nederland. In totaal zitten 71% van de zeugen in Nederland nu in groepshuisvesting. Naar verwachting is eind 2012 90% van de zeugenhouders volledig overgeschakeld.

Grote bedrijven lopen voorop
De grotere bedrijven zijn gemiddeld verder met groepshuisvesting dan de kleinere. Zo is 68% van de bedrijven met minstens 750 zeugen al volledig om. Bij de bedrijven tussen 100 en 250 zeugen is slechts 43% volledig klaar met groepshuisvesting.

Van alle zeugenbedrijven heeft 53% de zeugen volledig in groepen; deze bedrijven hebben 56% van de zeugen in Nederland. Nog eens 23% van de bedrijven is gedeeltelijk klaar met groepshuisvesting. In totaal hebben nu 77% van de zeugenbedrijven de dragende zeugen nu geheel of gedeeltelijk in de groep. Er is dus nog wel werk aan de winkel voor de zeugenhouders.

2013
In 2013 zal 90% van de zeugenbedrijven volledig zijn omgeschakeld naar groepshuisvesting. Bij de 10% die achterblijft wordt een gebrek aan financiële mogelijkheden als belangrijkste reden opgegeven. Op afstand volgde het argument dat de ondernemer nog een vergunningaanvraag had lopen en dus niet op tijd gereed kon zijn; andere argumenten waren dat de ondernemer het nog niet weet, of dat het bedrijf verplaatst wordt.

Populaire stalsystemen
Circa 40% van de zeugen is gehuisvest in groepen van meer dan 40 zeugen. Ruim 20% van de zeugen ligt in groepen van maximaal 10 dieren. De meest voorkomende huisvestingssystemen op dit moment zijn voerligboxen met uitloop en groepen met voerstations op beton; beide systemen komen op ongeveer een derde van de bedrijven met groepshuisvesting voor. De bedrijven die nog moeten omschakelen kiezen in ruim de helft van de gevallen voor het systeem voerligboxen met uitloop.

Categorieën: LEI

Natuurpunten meten geen welvaartswaarde in een kosten-batenanalyse

13 December, 2011 - 17:30
Natuurpunten zijn tot op zekere hoogte behulpzaam voor besluitvormers omdat ze inzicht geven in de verandering in biodiversiteit. Natuurpunten geven echter geen inzicht in de voorkeuren van de maatschappij.

Doordat de natuurpuntenmethodiek de kwantiteit én de kwaliteit van natuur meet, is deze methodiek geschikt om de fysieke effecten van een verandering in natuur meetbaar te maken. Natuurpunten geven echter geen inzicht in de welvaartsverandering omdat er geen link is met de waarde die de mens hecht aan de verandering. Dat blijkt uit de nota ‘Voor- en nadelen van het gebruik van natuurpunten bij het bepalen en monetariseren van natuureffecten’ van het LEI, onderdeel van Wageningen UR.

Discussies
Het LEI schreef het rapport in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Het ministerie wilde een overzicht van de voor- en nadelen van gebruik van de natuurpuntenmethodiek in de MKBA. Dit overzicht zal gebruikt worden bij discussies met verschillende instanties. Het overzicht moet helpen bij de beoordeling of, en zo ja onder welke voorwaarden, het natuurpuntensysteem kansrijk is.

MKBA
Vaak wordt bij de aanleg van een weg of een woonwijk een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) gemaakt. Daarin wordt ‘natuur’ vaak als pro-memoriepost meegenomen. Dit komt ofwel doordat de onderzoeker vindt dat natuur niet gewaardeerd kan worden, ofwel doordat veel kosten gemaakt moeten worden om de waarde van natuur in geld uit te drukken.
Categorieën: LEI

Actuele ontwikkelingen van resultaten en inkomens in de land- en tuinbouw

13 December, 2011 - 13:22

Het kabinet heeft Agro & Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen aangewezen als twee van de negen topsectoren van onze nationale economie. Op dinsdag 20 december kunt u horen hoe het er voor staat met deze topsectoren. Hoe houden de land- en tuinbouw zich in de huidige tijd van economische tegenwind? Het LEI, onderdeel van Wageningen UR,  presenteert de ramingen van resultaten en inkomens over het jaar 2011.

Algemeen directeur Ruud Huirne zal een toelichting geven op de perspectieven voor de sector op de langere termijn. Harold van der Meulen blikt terug op de situatie in de tuinbouw en de akkerbouw en Kees de Bont informeert u over de resultaten in de veehouderij en de totale land- en tuinbouw.

Uiteraard heeft u de gelegenheid om vragen te stellen en, na afloop van de persconferentie, met de betrokken onderzoekers afzonderlijk verder op de ontwikkelingen in te gaan.

Programma
10.30 ontvangst
11.00 persconferentie

Aanmelden
U kunt zich per e-mail aanmelden bij Helene Stafleu, persvoorlichter.

Categorieën: LEI

In de suikersector zijn verschuivingen op komst

12 December, 2011 - 17:07

Afschaffing van de Europese suikerquota leidt, in combinatie met verlaging van importtarieven, tot verhoging van de suikerproductie met 10% en een daling van de prijs van suiker en suikerbieten. Het boereninkomen daalt met gemiddeld 5 à 7% afhankelijk van het type en de locatie van het akkerbouwbedrijf. Voor het totale akkerbouwcomplex, inclusief de bietenverwerkende industrie, zullen de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid licht toenemen.

Dit schrijft het LEI in het rapport Wel of geen suikerquotering? Economische gevolgen voor sector, keten, internationale marktverhoudingen en derde wereld. Het voorstel om de suikerquota af te schaffen wordt in Brussel besproken en verlaging importtarieven wordt besproken in WTO-verband.

Groeiende markt voor suiker
Door de toenemende welvaart zal de consumptie van suiker tot 2020 wereldwijd toenemen met circa 20%. De suikerprijzen op de wereldmarkt zullen instabiel zijn door het fluctuerende aanbod en de afgenomen voorraden. De stijgende vraag zal de prijs doen stijgen, na een eerste daling ten opzichte van de momenteel relatief zeer hoge wereldprijzen.

Arme landen krijgen het moeilijker
Wanneer alléén gekeken wordt naar het afbouwen van de marktbescherming voor de suikerbietenteelt – los van verandering in het quotabeleid- zien we dat daarbij de Nederlandse suikerbietentelers er in inkomen op achteruit gaan. De suikerriettelers in de armste ontwikkelingslanden komen echter veel meer in het gedrang als ze op de Europese markt moeten concurreren met efficiëntere suikerrietlanden.

De gevolgen voor arme landen kunnen aanzienlijk zijn. De minst-ontwikkelde landen en de Afrikaanse landen, de Cariben en de Stille Oceaan (de ACP-landen) betalen tot nu toe zeer lage of geen importtarieven voor suikerexport naar de Europese Unie. Dat voordeel raken ze kwijt en de concurrentie met landen als Brazilië kunnen ze veelal niet aan.

Categorieën: LEI

Groei wordt voor Nederlandse agrosector een uitdaging

12 December, 2011 - 14:19

Tussen nu en 2025 loopt de agrarische productie in Nederland tegen milieugrenzen aan, vooral voor de afzet van mest. Toch blijft het perspectief voor deze hoogproductieve sector gunstig. Met verwerking, logistiek en distributie kan meer waarde worden gerealiseerd en er liggen ook kansen voor het opzetten van voedselproductie elders. Het vooruitzicht voor de plantaardige sectoren voor de komende 15 jaar is gunstiger dan dat voor de veehouderij. Dit concludeert het LEI in de vandaag verschenen studie In perspectief;Over de toekomst van de Nederlandse agrosector.

In de agrosector vindt de komende jaren een verschuiving plaats; er zal meer toegevoegde waarde en werkgelegenheid komen door akkerbouw, glastuinbouw en teelt in open grond. Het belang van de veehouderij daalt. Dit komt door de gunstiger prijsontwikkelingen voor de plantaardige sectoren. De groei van de veehouderij wordt bovendien beperkt door de hoge kosten voor de afzet van mest. Wel is in 2025 het grondgebonden veehouderijcomplex (rundvee, schapen, geiten, zuivelindustrie, rundveeslachterijen) nog steeds het belangrijkste onderdeel van de agrosector.

Aandeel van agrarische sector in de economie neemt af
Het aandeel van de agrarische productie in de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde van de nationale economie is de laatste jaren gestaag gedaald, tot circa 10% in 2009. De sector groeide weliswaar, maar de rest van de economie groeide harder. Uit berekeningen van het LEI komt naar voren dat het belang van de agrarische productie in 2025 verder zal zijn afgenomen, tot een aandeel van circa 8,5% in toegevoegde waarde en werkgelegenheid. De verwerkende en logistieke schakels groeien; het belang van de primaire en toeleverende schakels daalt.

Minder varkens in 2025
In de melkveehouderij is de verwachting dat ons land in 2025 met minder koeien meer melk zal produceren. Een risico vormt het gebrek aan maatschappelijk draagvlak voor een intensivering van de melkveehouderij.
Voor de pluimveehouderij wordt mondiaal een goede prijsontwikkeling verwacht, dankzij een sterke stijging van de consumptie. Ook hebben pluimveevlees en eieren een relatief gunstige ecologische ꞋfootprintꞋ in vergelijking met ander vlees en met zuivel, met name door de zeer efficiënte voederbenutting.
Voor de varkenshouderij wordt een halvering van het aantal bedrijven verwacht in 2025 (ten opzichte van 2009). De varkensstapel zal daarbij naar verwachting met maximaal 20% zijn afgenomen. Oorzaak hiervan zijn de lage marges, gecombineerd met hoge kosten van welzijns- en milieumaatregelen.

Verschuiving in akkerbouw, internationalisering van tuinbouw
In 2025 telen we minder aardappelen en meer graan in Nederland en, als de suikerquotering wordt afgeschaft, meer suikerbieten. Een kwetsbaarheid van de akkerbouw is de afnemende bodemgezondheid en –vruchtbaarheid. Het areaal glastuinbouw blijft naar verwachting min of meer stabiel. Nieuwe markten liggen buiten Europa en deze kunnen ofwel vanuit ons land bediend worden - nieuwe bewaartechnieken bieden daar steeds meer mogelijkheden voor- of ter plaatse vanuit satellietlocaties voor de productie.
 
Topsectorenbeleid biedt goede aanknopingspunten
Het kabinet heeft een nieuw bedrijvenbeleid in gang gezet, waarbij specifiek aandacht wordt gegeven aan de topsectoren Agro & Food en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Uit de analyse in deze Perspectievenstudie komt naar voren dat deze aanpak essentieel is voor succes: een sterke verbinding tussen wetenschap, bedrijfsleven en overheid is een historische sterkte van ons land. Daarnaast blijkt uit de studie dat een zekere regie noodzakelijk is om bepaalde zwaktes te kunnen ondervangen.

Het rapport wordt gepresenteerd tijdens een bijeenkomst op dinsdag 29 november aanstaande in het Atrium van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Bezuidenhoutseweg 30, Den Haag. De bijeenkomst begint om 13.00 u en duurt tot circa 16.30 u. Tijdens de bijeenkomst zullen enkele sprekers een reactie geven op de uitkomsten van de studie. 

Het programma van de bijeenkomst is als volgt:
13.00 u. ontvangst;
13.30 u. introductie van de studie  (dhr. H.F. Massink, opdrachtgever);
13.40 u. presentatie van de belangrijkste resultaten en gelegenheid tot het stellen van vragen (mw. P. Berkhout, projectleider);
14.10 u. reacties op het onderzoek van:
- dhr. E. Mathijs, hoogleraar landbouw- en voedseleconomie, KU Leuven;
- dhr. H. Kool (waarnemend directeur Agroketens en visserij, ministerie van EL&I));
- dhr. N. van Ruiten (lid topteam Tuinbouw & Uitgangsmaterialen);
- dhr. T.C. de Groot, directeur Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO);
15.10 - 16.15 u. plenaire discussie;
16.30 u. afsluiting.

Aanmelding voor de bijeenkomst is tot maandag 28 november 12.00 u. mogelijk bij mevrouw A. van Lente-Haasnoot (A.H.vanLente-Haasnoot@minez.nl).

Categorieën: LEI

LEI publiceert lessen voor succesvol investeren in landschap

8 December, 2011 - 16:29

Kun je particulieren en bedrijven betrekken bij het behoud van landschap in hun streek? Dat kan, zo bleek uit vier voorbeeldgebieden in Nederland. De belangrijkste bevindingen publiceert het  LEI, onderdeel van Wageningen UR, in de brochure Lessen voor succesvol investeren in landschap.

Het LEI ontwikkelde de brochure in opdracht van  het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) dat al een aantal jaren publiek-private samenwerkingen voor het behoud van landschap stimuleert en financiert. Om de vele plannen en instrumenten in de praktijk te brengen, wees EL&I vier voorbeeldgebieden aan: Amstelland, Binnenveld, Het Groene Woud en Ooijpolder-Groesbeek. De brochure bevat de vier belangrijkste adviezen aan lokale initiatiefnemers:

  1. Ontwikkel draagvlak en bereidheid door de attractiewaarde van het gebied te vergroten en samen plannen te ontwikkelen en uit te voeren;
  2. Zorg voor wervende financieringsinstrumenten met een lage instapdrempel en een aansprekend verhaal;
  3. Bied grondeigenaren perspectief door het bieden van extra grond en een marktconforme vergoeding;
  4. Ontwikkel een lokale gebiedsorganisatie die doelen weet te combineren en die vertrouwen opbouwt.

Eerder onderzocht het LEI voor EL&I de betrokkenheid van bewoners en bedrijven bij landschap, de opzet van een sponsorbeleid en de lokale ambitie om in landschap te investeren. Eind 2011 rondt het ministerie de Agenda Landschap af en maken de betrokken partijen in de voorbeeldgebieden de balans op.

Categorieën: LEI

Sectoren met hoge toeslagen meest getroffen bij GLB-hervorming

7 December, 2011 - 17:58
Het Europees landbouwbeleid gaat veranderen. De Europese Commissie heeft voorstellen gedaan om de inkomenssteun op een andere manier te verdelen, om meer in te zetten op vergroening en de productiesteun verder af te bouwen. Dat heeft op verschillende landbouwbedrijven direct effect.

Voor de onderhandelingen die nu starten heeft het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie het LEI, onderdeel van Wageningen UR, om inzicht gevraagd in de mogelijke effecten. Hierover publiceerde het LEI het rapport Bedrijfstoeslagen na 2013.

De gevolgen van het nieuwe landbouwbeleid zijn voor alle boeren anders. Het zijn vooral de intensieve melkveehouders, vleeskalverhouders en akkerbouwbedrijven met zetmeelaardappelen die flink minder steun uit Europa zullen ontvangen.

Volgens de onderzoekers zullen melkveehouders en telers van zetmeelaardappelen het direct in de portemonnee merken. De zuivel- en aardappelzetmeelmarkten zullen namelijk niet of nauwelijks reageren, waardoor de gevolgen grotendeels voor rekening van de boeren komen.

Dit geldt in mindere mate ook voor de markt van rosékalfsvlees. Voor de witvleeskalverhouders zullen de gevolgen minder groot zijn, omdat voor deze specifieke markt een deel van de effecten kan worden doorberekend richting de consument.

Lees hier meer over de verwachte inkomenseffecten in de sector
Categorieën: LEI

Innoveren voor duurzaamheid vereist samenwerking

7 December, 2011 - 16:48

Fundamentele vernieuwingsprocessen op het gebied van verduurzaming in de agrarische sector kunnen pas succesvol zijn als vooraf aan enkele cruciale voorwaarden is voldaan.
De meest in het oog springende factor is dat alle belangrijke partijen beseffen dat verandering noodzakelijk is én tegelijk de ambitie hebben om daadwerkelijk te vernieuwen. Onmisbare voorwaarden zijn verder: doelmatige netwerkvormen en overeenkomstige – niet per se identieke - belangen van alle betrokken partijen. Tevens kunnen vernieuwingen niet zonder passende maatregelen op het juiste moment (zoals experimenteerruimte en aangepaste wet- en regelgeving) en bovenal niet zonder bevlogen, creatieve mensen die niet schromen om het voortouw te nemen. Bij dit alles is het voor de vernieuwingsgezinde agrariër belangrijk dat hij de ontwikkelingen op wereldschaal en landelijk/regionaal herkent in zijn concrete, dagelijkse situatie.

Dit zijn enkele bevindingen uit het rapport “Duurzaamheid, innovatie en risico”, waarin LEI verslag doet van een door het ministerie van EL&I opgedragen onderzoek naar innovatieprocessen in de agrarische sector.
Het ministerie van EL&I wilde meer inzicht in fundamentele vernieuwingsprocessen gericht op duurzaamheid – ook wel systeeminnovaties genoemd - in de agrarische sector. Het LEI heeft daartoe vier vernieuwingsprojecten met een raakvlak naar duurzaamheid bestudeerd: 

  • Het “tussensegment”, vlees dat diervriendelijker is dan gangbaar maar aan minder strenge eisen voldoet dan biologisch vlees
  • De polderwijk Zeewolde die verwarmd wordt met warmte afkomstig van een vergister bij een melkveehouder;
  • Mechanische onkruidbestrijding om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen nog verder terug te dringen;
  • Een mobiel teeltsysteem voor chrysanten om de productie te verhogen bij gelijkblijvende arbeid en energieverbruik.

Rol van de overheid
De overheid speelt vaak een belangrijke rol bij innovaties maar kan ook voor onzekerheid zorgen als zij de subsidies stopzet. Wet- en regelgeving kunnen daarnaast belemmerend werken. Daarom is het wenselijk dat het ministerie van EL&I en andere overheden zich nauwer verbinden met de uitvoering van vernieuwingsprojecten.
Een goede voorbereiding middels goede innovatieplannen, risicoanalyse en gestructureerd risicomanagement zijn belangrijke voorwaarden, zo blijkt uit het onderzoek. Met een optimale inzet van ondernemers en andere spelers in het netwerk van de specifieke innovaties, is ook de rol van de overheid nog beter te bepalen. Uit de casussen blijkt dat een nauwere verbondenheid van overheden bij innovaties mede een belangrijke voorwaarde tot succes is. 

 

                  


 

Categorieën: LEI

Nieuwe GMO moet leiden tot meer marktgerichte tuinbouw

6 December, 2011 - 16:16

De huidige Gemeenschappelijke Marktordening (GMO) voor Groenten en Fruit wordt in 2013 geëvalueerd en aangepast. Het LEI, onderdeel van Wageningen UR,  beveelt aan om  de voedingstuinbouw te stimuleren marktgerichter te produceren en de toegevoegde waarde te verhogen.

Tuinders moeten niet alleen met elkaar, maar vooral met hun afnemers samenwerken. Telersverenigingen moeten zorgen dat het gezamenlijke productaanbod tegemoetkomt aan de wensen van de afnemers. Milieusubsidies moeten gericht worden op maatregelen waar substantiële milieuwinst te behalen valt. Het LEI publiceerde deze aanbevelingen in het rapport Marktbeleid voor groenten en fruit.

De tuinbouw staat, ondanks een aantal jaren met relatief lage inkomens, te boek als een sector die een belangrijke bijdrage levert aan de Nederlandse economie. De toegevoegde waarde is groot en de exportpositie lijkt onverwoestbaar. Deze positie heeft de sector onder andere te danken aan het vermogen crises te boven te komen door productinnovaties en kostenverlagingen. De Nederlandse voedingstuinbouw ontwikkelt zich voorspoedig door meer productie van fruit en meer export van groenten en fruit. Dit komt onder andere door de groei van de doorvoerhandel. Wel zijn de prijs- en inkomensfluctuaties in de tuinbouw groot.

De Europese overheid probeert de markt- en inkomenspositie van tuinders te verbeteren door hen te stimuleren om gezamenlijk marketingplannen te ontwikkelen. Deze plannen worden gesubsidieerd vanuit de gemeenschappelijke marktordening (GMO) voor groenten en fruit.

Tuinders hebben veel mogelijkheden voor het verkrijgen van GMO-subsidies bij het opstellen van operationele plannen. De administratieve lasten van de regeling zijn groot voor de overheid -omdat individuele plannen getoetst moeten worden- maar ook voor het bedrijfsleven.

De Nederlandse telersverenigingen investeren veel in milieu, afzet en kwaliteit. De middelen worden vooral in vaste activa gestoken (verpakkingsmachines, enzovoort). Er wordt weinig geïnvesteerd in productvernieuwing en marktontwikkeling. Er zijn weinig Business-to-Business en Business-to-Consumer merken in de markt en er is weinig promotie door afzonderlijke bedrijven of verenigingen. De nationale strategie moet zich in de toekomst richten op product- en marktontwikkeling en niet op subsidiemaximalisatie, zo concludeert het LEI.

Categorieën: LEI
gerealiseerd door Leaderboard en Ontwerpwerk